Definify.com

Definition 2024


vanuit

vanuit

Dutch

Preposition

vanuit

  1. from, out of
    Ook tussen Nederlands en Duits bestaat zo'n continuüm - Nederlandse en Duitse dialecten vloeien langzaam in elkaar over, en de landsgrens is dan ook, vanuit dialectologisch standpunt, geen taalgrens.
    Also between Dutch and German there exists such a continuum - Dutch and German dialects flow slowly into each other, and the political border is also then, from a dialectological point of view, not a linguistic border.

Adverb

vanuit

  1. (proscribed) Alternative spacing in certain forms of the phrasal verb uitgaan van.
    Ik ga er vanuit dat alles goed is. (standard: Ik ga ervan uit dat alles goed is.)
    I am assuming that everything is well.

Latin

Verb

vānuit

  1. third-person singular perfect active indicative of vānēscō