Definify.com

Definition 2024


opzienbaren

opzienbaren

See also: opzien baren

Dutch

Verb

opzienbaren

  1. Misspelling of opzien baren.

Inflection

Inflection of opzienbaren (weak, separable)
infinitive opzienbaren
past singular baarde opzien
past participle opziengebaard
infinitive opzienbaren
gerund opzienbaren n
verbal noun
main clause subordinate clause
present tense past tense present tense past tense
1st person singular baar opzien baarde opzien opzienbaar opzienbaarde
2nd person sing. (jij) baart opzien baarde opzien opzienbaart opzienbaarde
2nd person sing. (u) baart opzien baarde opzien opzienbaart opzienbaarde
2nd person sing. (gij) baart opzien baarde opzien opzienbaart opzienbaarde
3rd person singular baart opzien baarde opzien opzienbaart opzienbaarde
plural baren opzien baarden opzien opzienbaren opzienbaarden
subjunctive sing.1 bare opzien baarde opzien opzienbare opzienbaarde
subjunctive plur.1 baren opzien baarden opzien opzienbaren opzienbaarden
imperative sing. baar opzien
imperative plur.1 baart opzien
participles opzienbarend opziengebaard
1) Archaic.