Definify.com

Definition 2024


vloeken

vloeken

Dutch

Verb

vloeken

  1. (intransitive) To curse, to damn, invoke a negative spell.
  2. (intransitive) To blaspheme, curse, swear.
  3. (figuratively) To clash, go very badly with

Inflection

Inflection of vloeken (weak)
infinitive vloeken
past singular vloekte
past participle gevloekt
infinitive vloeken
gerund vloeken n
verbal noun
present tense past tense
1st person singular vloek vloekte
2nd person sing. (jij) vloekt vloekte
2nd person sing. (u) vloekt vloekte
2nd person sing. (gij) vloekt vloekte
3rd person singular vloekt vloekte
plural vloeken vloekten
subjunctive sing.1 vloeke vloekte
subjunctive plur.1 vloeken vloekten
imperative sing. vloek
imperative plur.1 vloekt
participles vloekend gevloekt
1) Archaic.

Derived terms

Noun

vloeken

  1. Plural form of vloek