Definify.com

Definition 2024


Zegen

Zegen

See also: zegen

Low German

Noun

Zegen f pl

  1. plural of Zeeg

zegen

zegen

See also: Zegen

Dutch

Noun

zegen m (plural zegens, diminutive zegentje n)

  1. A blessing, benediction
  2. (figuratively) A boon, anything beneficial.
Synonyms
Derived terms
  • bezegenen

Verb

zegen

  1. first-person singular present indicative of zegenen
  2. imperative of zegenen

Etymology 2

Verb

zegen

  1. plural past indicative and subjunctive of zijgen

Etymology 3

From Middle Dutch segene, seine, from Middle Dutch segina, from Latin sagēna, from Ancient Greek σαγήνη (sagḗnē).

Noun

zegen f (plural zegens, diminutive zegentje n)

  1. A dragnet, used for :
    1. fishing
    2. catching crustaceans
    3. hunting fowl, notably partidges
Derived terms
  • zegenen (verb)
  • zegenaar m
  • viszegen, (obsolete) vischzegen
  • (by fished species) elftzegen, haringzegen, knijtenzegen, slootzegen, trekzegen , walzegen, zalmzegen
  • zegendreef
  • zegenkade
  • zegenkleed n
  • zegenlijn
  • zegennet n
  • zegenpaard n
  • zegenschip n
  • zegenstreng, (obsolete) seinestreng
  • zegenvis, (obsolete) zegenvisch, seinevisch m
  • zegenvisserij, (obsolete) zegenvisscherij
  • zegenworp

Anagrams