Definify.com

Definition 2024


verbloemen

verbloemen

Dutch

Alternative forms

  • verblommen (archaic)

Verb

verbloemen

  1. (intransitive, of a plant) to blossom again, bear (at least) a second bloom
  2. (transitive) to ornate, to cover with flowers
  3. (transitive) to veil, soften by euphemistic phrasing
  4. (transitive) to excuse, treat apologetically
  5. (transitive) to mask, hide (something unpleasant)
  6. (transitive) to avoid, suppress, leave unspoken
  7. (transitive) to personify
  8. (transitive, chemistry) to effloresce, let crystallize

Inflection

Inflection of verbloemen (weak, prefixed)
infinitive verbloemen
past singular verbloemde
past participle verbloemd
infinitive verbloemen
gerund verbloemen n
verbal noun
present tense past tense
1st person singular verbloem verbloemde
2nd person sing. (jij) verbloemt verbloemde
2nd person sing. (u) verbloemt verbloemde
2nd person sing. (gij) verbloemt verbloemde
3rd person singular verbloemt verbloemde
plural verbloemen verbloemden
subjunctive sing.1 verbloeme verbloemde
subjunctive plur.1 verbloemen verbloemden
imperative sing. verbloem
imperative plur.1 verbloemt
participles verbloemend verbloemd
1) Archaic.

Synonyms

  • (blossom again): herbloeien
  • (ornate, cover with flowers): bebloemen
  • (veil): inkleden, verhullen
  • (excuse): goedpraten, vergoeilijken, verschonen
  • (mask): maskeren
  • (avoid): omzeilen
  • (let crystallize): uitkristalliseren

Derived terms